Over

Mijn naam is Leila van Wetten (1993). Ik schrijf, maak theater, doe performances en geef yoga-les. Deze site maakt je wegwijs in al mijn tekst – en theatergerelateerde werk. Voor yoga, zie mijn andere website: www.ghengasyoga.com.

Foto: Jinny Thielsch

Biografie by me 

Eigenlijk heet ik Deleila. Anderhalve dag na mijn geboorte waren mijn ouders het er echter al over eens dat een naam met drie lettergrepen toch wel erg lang was om telkens uit te spreken, waardoor ze er voor het gemak maar Leila van maakten. Dat levert me wel eens problemen op, bijvoorbeeld wanneer een conducteur niet gelooft dat de persoon met de L op haar OV-chipkaart dezelfde persoon is als de persoon die op haar rijbewijs Deleila heet, maar het geeft me ook binnenpret als mensen me vragen hoe je ‘Leila’ schrijft, en ik, zonder echt iets onzinnigs te zeggen, kan antwoorden: ‘met een D’.

Ik ben geboren in een klein flatje in Haarlem, waar een spin in het trapgat zat die ik Sammie noemde en iedere keer bij het naar binnen of naar buiten gaan begroette. Ik gok dat het feit dat mijn grote, witte albino konijn achter stuiterballen aan ging heeft gemaakt dat ik een zwak ontwikkelde voor honden. Mijn zusje had een Cavia met de verbluffende naam Cavia en we hadden elk jaar kikkervisjes thuis, die mijn vader en wij in het vroege voorjaar samen uit een van de vele duinmeertjes haalden. In de fase dat ze zich ontwikkelden tot kikkertjes ontsnapte er soms wel eens een uit de bak. Zo heeft er jarenlang een zwart vlekje op een van onze kleine, houten kinderstoeltjes gezeten, omdat we niet in staat waren een kikkervisje-met-beginnende-pootjes te redden (waar ik me schuldig om voelde  nog lang na dat het er was afgesleten).

Op mijn zesde verhuisden mijn ouders naar Alkmaar en mijn zusje en ik moesten natuurlijk mee, wat ik de dagen voor – en de dag van de verhuizing verschrikkelijk vond, maar waar ik verbazend snel overheen kwam. Mijn ouders vermoedden dat wij waarschijnlijk niet blij zouden worden van de reguliere scholen in onze nieuwe buurt, dus besloten ze het er voor over te hebben om elke dag met ons op en neer te fietsen naar Oudorp, waar een vrije school zat. Hier mocht ik op mijn laatste dag als kleuter met de kleuters die mijn toekomstige klasgenootjes zouden worden, onder een gouden poort doorlopen om de nieuwe fase van de basisschool in te luiden. Weken van te voren fantaseerde ik over dat moment. De daadwerkelijke poort was veel minder groot en goud dan in die fantasie, maar desondanks was ik blij en trots toen ik er onderdoor mocht.

Naast de verplichte kost die op iedere school aan de orde is, werd er op de vrije school veel aandacht besteed aan creativiteit en persoonlijke ontwikkeling, wat ik toen als doodnormaal beschouwde maar waarvan ik me pas later bewust werd hoezeer me dat heeft gevormd en wat dat voor me heeft betekend. Van mijn keuze om ook naar een middelbare vrije school te gaan was ik dan ook geheel zeker. Op de ARH in Bergen zong ik drie jaar lang in een klassiek koor met een echte dirigent, wat maakt dat ik de alt-stem van bv. het Requiem van Mozart tot op de dag van vandaag ken en waarschijnlijk nooit meer vergeet. Ik leerde smeden in een speciaal daarvoor gebouwde kelder (wat misschien een beetje fout klinkt maar ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat daar alleen maar goede dingen gebeurde). Ik genoot dans, toneel, tekenen, tuinbouw, houtbewerking, euritmie en tal van andere creatieve vaardigheden.

Waar ik heel blij mee ben is dat mijn ouders zich m.b.t. keuzes altijd door hun intuïtie hebben laten leiden. Of eigenlijk: mijn moeder liet zich door haar intuïtie leiden en mijn vader stond haar in die keuzes bij. Mogelijk was ik ook goed terecht gekomen als ik naar een reguliere school was gegaan, maar ik ben altijd met zo veel plezier naar school gegaan! Naast het brede vakkenpakket is er nog iets bijzonders aan het vrijeschoolonderwijs, en dat is de mate van persoonlijke aandacht. Je geeft iedere docent aan het begin en aan het einde van een les een hand. Natuurlijk zitten er wel eens docenten met zweethanden bij, waar je als puber een beetje van gruwelt, maar uiteindelijk zorgt deze simpele handeling wel voor een moment van echt contact, iets wat, zeker vandaag de dag, naar mijn mening niet onderschat moet worden.

Na mijn VWO-diploma behaald te hebben op de ARH, ben ik eerst een jaar gaan ‘freeweelen’. Een beetje werken, een beetje reizen, en vooral heel erg veel gaan ‘hangen’ omdat ik heel graag wilde ervaren hoe het was om helemaal niets te hoeven. Wat bleek? Ik vind het fijn om niets te hoeven, maar ik houd er niet van om niets te doen, dus ging ik op zoek naar een opleiding die aansloot bij mijn passies en persoonlijkheid. Per toeval kwam ik er achter dat er een Schrijfopleiding bestond, en aangezien schrijven iets is wat ik van jongsafaan altijd graag heb gedaan, leek het me de moeite waard om toelating te doen. Ik had geen idee wat me precies te wachten stond, maar tijdens het toelatingsweekend merkte ik dat ik daar helemaal op mijn plek was. Een opleiding waarbij ik veel over theater zou leren en lekker kon schrijven, op een school die – net als de vrije school – een persoonlijke manier van onderwijs verschaffen hanteerde. Relatief klein, persoonlijk, met aandacht voor het individu. Gelukkig vond de HKU ook dat ik daar thuishoorde.

Tijdens mijn middelbare schooltijd was het roken er bij in geslopen, waar ik inmiddels flink van baalde (want hoe a-relaxed is het om van zoiets slechts zo afhankelijk te zijn?). Het leek me handig als nieuwe mensen me als niet-roker en niet als roker zouden leren kennen, dus de zomer voordat ik naar Utrecht verhuisde stopte ik er mee (thanks to Allen Carr!). Net zo abrupt als ik stopte met roken, stopte ik met het dragen van make-up. In de eerste week van de Schrijfopleiding reed een van mijn beste vrienden zichzelf namelijk te pletter tegen een boom, wat maakte dat ik elke dag wel een keer in janken uitbarstte. Het zwart op mijn wangen was gewoonweg irritant. Wat begon als een praktisch argument, is inmiddels gegroeid tot een overtuiging: als je mooi bent heb je geen make-up nodig en als je lelijk bent verandert make-up daar toch niets aan, dus laat het maar gewoon achterwege (ik heb het overigens niet over lippenstift, want dat vind ik wel degelijk een aanvulling op het geheel dat gezicht heet!).

Op de Schrijfopleiding werd ik, zoals waarschijnlijk op iedere kunstopleiding het geval is, enorm geconfronteerd met mezelf. Ik leerde (beter) kijken, (beter) luisteren, (beter) kritiek geven en (beter) met kritiek omgaan, maar ik heb het altijd moeilijk gevonden om dingen niet persoonlijk te nemen. Immers: wat ik schrijf komt uit mezelf voort. Mijn klas was te gek, maar toch heerst er een soort concurrentiegevoel op zo’n kunstacademie. Iedereen weet: er is weinig plaats in het werkveld, want er is meer aanbod dan vraag in de theaterwereld. Ik gedij slecht in een omgeving waar wordt geconcurreerd, want ik wil me niet hoeven te bewijzen. Ik hoef van niemand te winnen, behalve misschien van (de donkere, pessimistische, negatieve kant in) mezelf.

Ik vind het eigenlijk bizar dat je een opleiding kiest en daar dan vervolgens een aantal jaar zo intensief mee bezig bent, wat niet alleen maakt dat je daar intensief mee bezig bent, maar ook dat je met andere dingen niet (intensief) bezig kan zijn. Ik heb altijd verschillende hobbies en passies gehad, dus ik vond het soms best lastig om te beseffen dat ik enerzijds bezig was met iets wat ik te gek vond (dus waarom klagen?), maar anderzijds voor mijn gevoel ook altijd tijd te kort kwam voor andere dingen.

Daarom besloot ik dan ook om tussen mijn tweede en derde jaar Schrijfopleiding een tussenjaar te nemen. Ik behaalde mijn grote mensen rijbewijs, deed een E.H.B.O.-cursus, ging een paar weken naar Berlijn en plande een maand naar Nepal (wat uiteindelijk helaas maar een week werd i.v.m. de aardbeving van 2015). Ik werkte hier en daar en onderzocht ondertussen rustig verder wat ik nou eigenlijk met theater en schrijven wil. Na dat tussenjaar weer naar school gaan was even pittig, maar ik was blij met de dingen die ik in de tussentijd had gedaan en herwaardeerde de opleiding des te meer.

Waar ik steeds meer moeite mee kreeg, is het gegeven dat je veel stilzit als schrijver, want ik ben een nogal bewegelijk wezen. Zo kwam ik tegen het eind van mijn opleiding uit bij yoga, wat niet alleen zorgde dat ik het schrijven fysiek beter aankon, maar me ook mentaal hielp alles in perspectief te plaatsen en te relativeren: het is maar een tekst, het is maar een voorstelling, het is maar een opleiding… Haal adem, loop een rondje, lach er om, pak wat te drinken en kijk er dan nog eens naar, in plaats van je zo verschrikkelijk druk te maken.

Na mijn afstuderen ben ik gaan reizen. Om te beginnen een maand naar Nepal om de reis voort te zetten die ik in 2015 abrupt af moest breken. Mijn moeder vergezelde me en we zijn samen de bergen in geweest, waar we ontzettend hebben gezweet, ontzettend hebben gelachen en in stilte de wereld vanaf haar eigen dak hebben bekeken. Daarna ben ik in mijn eentje doorgereisd daar India, waar ik in Rishikesh een yoga-opleiding heb gevolgd en heel veel in mijn eentje op stenen langs de rivier de Ganges heb gezeten. Soms melancholisch, soms verrukt, vaak beiden tegelijkertijd. Toen ben ik doorgevlogen naar Australië, waar twee goede vrienden van mij al een tijdje werken en rondreizen. Daar heb ik wederom een tocht gelopen, namelijk The Overland Track in Tasmanië. Hier zagen we op één dag het landschap zo vaak veranderen, dat het leek alsof we honderdtwintig kilometer per dag aflegden in plaats van tien of twintig. Ik waande me een hobbit in Middle Earth, maar dan zonder steeds bang te zijn dat er ergens een ork tevoorschijn springt. Na een week wildernis kwamen we terug in Melbourne, vanaf waar we in Sunny (het geel geschilderde busje van mijn maatjes) langs de Zuid-Kust naar Perth zijn gereisd, in het Westen. We reden lange afstanden maar zaten onder sterrenhemels die het allemaal dubbel en dwars waard waren. We aten veel maar altijd simpel (want Australië is niet bepaald goedkoop). Ik zwom vaak maar nooit diep (i.v.m. de mogelijke aanwezigheid van witte haaien). Ik won bijna nooit met kaartspelletjes maar bleef het proberen. Ik maakte me wel eens druk over wat ik aan moest doen, om me dan weer te herinneren dat ik vrijwel niets bij me had, dus dat de keuze eigenlijk snel was gemaakt.

Toen het einde van deze reis in zicht kwam, keek ik er ook erg naar uit om weer in Nederland te zijn. Ik heb in vierenhalve maand tijd een groot en bijzonder deel van de wereld gezien, ik ben zowel met mezelf op pad geweest als samen te hebben gereisd met een aantal mensen waar ik veel van houd, ik ben de diepte in gedoken met yoga, ik heb nieuwe mensen ontmoet met wie ik een sterke verbintenis voel, ik heb de natuur in al haar schoonheid mogen ervaren. Ik heb, zoals ze dat zeggen ‘met de dag’ geleefd (want wat doe je anders als je op reis bent?) – en nu voelde ik dat het tijd was om met al mijn opgedane ervaringen terug te gaan, en dingen op poten te zetten. Plannen uit te werken. Kennis te delen. Samen te werken met mensen die dingen doen waar ik warm van word en iets aan bij wil dragen.

Ik maakte een afspraak bij de KVK om me in te schrijven als eenmanszaak, waar ik net op tijd en volledig doorweekt van een Nederlandse hoosbui, binnen kwam en kon tekenen. Alsof ik er nooit tussenuit was geweest, maakte ik in rap tempo to-do-lijstjes en al snel stroomde mijn agenda, zoals vanouds, vol. Daarbij had ik natuurlijk met heel wat mensen heel wat bij te praten, dus ik zat ook direct veel op het terras of in de kroeg. Totdat ik ineens doorhad dat er een paar weken voorbij waren en ik naar mijn eigen maatstaf veel te weinig yoga had gedaan en me absoluut niet meer zo relaxed voelde als voorheen. Het drukke Amsterdamse leven had me opgeslokt zonder dat ik het doorhad… En toen dacht ik: Ho! Stop! Even resetten de boel. Wat was ook alweer mijn bedoeling? Precies: een aantal dingen anders doen. Juist om uiteindelijk meer van het leven te genieten.

Vandaag de dag zoek ik naar manieren om mijn verschillende interesses te combineren, zonder er volledig in te verdrinken. De balans vinden tussen productiviteit en ontspanning, tussen loslaten en betrokken zijn, tussen rusten en me in het feestgedruis begeven. Leven in plaats van (het gevoel hebben) geleefd (te) worden. Er zijn overal verleidingen, altijd. Het vergt moed en discipline om niet overal blindelings in mee te gaan, maar ik merk dat het me uiteindelijk meer geeft als ik kies wat ik wel en niet doe, als ik kies waar ik mijn aandacht en energie in steek. Bewust beleven dus.

Ik schrijf graag, ik dans graag, ik maak graag theater, ik geef graag yoga-les, ik ben graag in de natuur, ik kook graag, ik werk graag samen, ik ben graag op festivals, ik reis graag… Er zijn zo veel dingen die ik maar al te graag doe. Langzaam maar zeker komen er steeds meer dingen samen, vallen er steeds meer puzzelstukjes op z’n plek (misschien heeft het er iets mee te maken dat ik met een heuse puzzelfanaat samenwoon?). Van de dingen die vroeger verschillende, losse dingen leken, zie ik nu steeds meer in dat ze juist allemaal met elkaar te maken hebben. Mijn uitdaging is om een vorm te vinden waarin ze allemaal tot hun recht kunnen komen en samen meer waarde creëren.

Ik ben een schrijver die slecht stil kan zitten. Een gedisciplineerde chaoot. Iemand zonder acteerambities die dan per ongeluk toch ineens in een voorstelling op de vloer beland. Ik maak me oprechte zorgen om global warming maar kan het niet kan laten zo nu en dan een stukje vlees te eten of met het vliegtuig te gaan. Ik drink graag speciaalbier en ik rook graag hasj, maar uiteindelijk ga ik het hardst op helemaal nuchter zijn.

 

 

(vervolg!)

Opdrachtgevers 

5d, De vreemde vogel, De ZusjesKameroperahuis, Ninjin AgencyOerolSandra Kaas, Stichting LandjuweelStudio Tamar DoedensVan Horenzeggen Producties,