Road-trip deel 2

O, Ibiza, zoet Eiland… Het Eiland waar rijke mensen komen en gaan, veel te dure villa’s staan, maar ook vele nederige Zielen rondwaaien en waar we verrast worden door schitterende Rotspartijen en zwoele Zonsondergangen. Het Eiland  waarvan de Catalaanse uitspraak met een natte ‘s’ is; een glibber ‘s’, een sissende ‘s’: Ibiesssssa.  

Na onze gebroken nacht op de veerboot, rijden we naar het Noorden en parkeren we de Scarabee ergens in een baai om nog een paar uurtjes te slapen. We worden wakker onder het geruis van Dennen, lopen een steile helling af en plonsen de Zee in, ik direct en Nicky als al zijn tenen zijn gewend. Na opgedroogd te zijn, eten we onze gebruikelijke crackers met groentespread en navigeren we naar het huis van Su-An en Yorik, waar we de komende tijd op Waffa en de Kater met Meerdere Namen zullen passen. We maken kennis met de rest van de familie; Sophie en Maya, twee lieve, intelligente meiden, wiens vader wij van Ruigoord kennen, en Soren, hun halfjaar oude broertje, het wondertje van Su en Yorik. Soren doet niets anders dan lachen en belletjes blazen met z’n spuug. Su geeft een rondleiding over het erf, aangevuld (of onderbroken) door Yorik’s enthousiasme, want ze moeten het vliegtuig halen… Gelukkig snapt Nick natuurlijk alles en ik het meeste en dat stelt ze gerust. In minder dan 10 minuten pakt Su haar tas in en Nick brengt de hele familie in de Monser-Volvo van Yorik naar het vliegveld, terwijl ik hen uitzwaai. Daarna klim ik via een houten ladder het dak op om daar naar de rozerode Lucht te staren. 

We halen de hele Scarabee leeg en richten de Casita (het bij-huisje) in waar we de komende twee weken verblijven. Eindelijk weer een Altaar maken, daar kijk ik naar uit! Het Altaar neemt het hele oppervlak van de bovenkan van een ladekast in beslag; steentjes, kaarsen, kaartjes, talismannen en vrouwen, bloembladen, andere heiligheden, en vooral: een foto van Oma. Ik denk hoe dan ook aan haar en draag haar bij me, maar toch is het zien van een mooie foto en daar elke dag een kaarsje bij aansteken, fijn. Het doet me ook regelmatig in tranen uitbarsten, en die tranen omarm ik. 

We verkennen het Eiland dag voor dag. Waffa, die bij aankomst nog heftig naar ons kef-blafte, wijkt al gauw nauwelijks meer van onze zijde. We klauteren met haar over de rotsen van Salina, slenteren door de met gele Bloemetjes bedekte Klavervelden, luieren (heel veel en heel lang) op het erf, brouwen Cacaotjes in onze zelf-gebouwde buiten-keuken en slurpen die vervolgens op onder het genot van een simpele Yoga-sessie op het dak. We bakken pizza’s in de oven (luxe!) en eten die op voor de houtkachel terwijl we nippen van betaalbare doch smakelijke wijn. Ook schieten we pijlen in (en naast) ons zelfgemaakte doelwit, bestaande uit een stapel strobalen met als midden een stuk cactus dat afbrak met inparkeren. 

Als we buiten het erf op Avontuur gaan loopt Waffa meestal los, behalve als we in de buurt van huizen komen want de kans dat zich daar kippen bevinden is aanwezig, en die schijnt ze graag (en makkelijk) te vangen en verslinden. Eén keer krijgt ze het in haar bol in het bos waar we hout verzamelen; ze ruikt Wilde Kip en sprint de struiken in. Weg Waffa. We moeten haar zoeken. ‘Waaaaaaaaaaaaaffa!’ De Zon is al onder, o jee…. Gelukkig pluk ik haar een stuk verderop uit het struikgewas, hijgend en kwispelend, zonder kip. We lijnen haar gauw aan en lopen terug naar ons hol, dat we warm stoken met het vers gesprokkeld brandhout. Wat een leventje!

De Kat(er), die van verschillende gezinsleden verschillende namen krijgt, doop ik ‘Sky’, omdat ie zulke Hemelsblauwe ogen heeft. Sky laat zich in het begin weinig zien, totdat hij doorheeft dat wij nu degene zijn die ‘m voeren. Zo nu en dan verschijnen z’n blauwe ogen voor de vensterbank en klinkt er een ietwat teleurgestelde ‘Maauw?’, als er nog geen eten staat. Soms eet hij Waffa’s bak leeg, en andersom. In tegenstelling tot Waf, die inmiddels helemaal aan ons gewend en zelfs gehecht is, laat Sky zich niet aanraken, ténzij je op een bepaalde plaats op de bank voor het huis gaat zitten, dan nestelt ie zich op je schoot en krijg je een kriebel-kroel-spin-partij waar je U tegen zegt (tegen het opdringerige aan). 

Waffa heeft haar eigen tactiek. Zo springt ze op een nacht bij ons op bed, en ach, waarom niet?, denken wij, zo’n klein hondje… Maar gedurende de nacht schuift ze steeds dichter tegen mij aan, waardoor ik steeds dichter tegen Nick aanschuif, waardoor we uiteindelijk op de rand van het bed liggen en ook nog eens een knorrende hond tegen ons aan hebben liggen. We slapen dan ook onrustig. Dat gaan we dus niet nog eens doen, zeker niet als de volgende dag blijkt dat Mevrouw Waf zich ineens belachelijk afhankelijk gedraagt. We zitten in de tuin op een kleedje te mediteren, en Waffa klimt bij ons op schoot en begint te piepen. Ik huil om Oma en als Nick me troost, probeert Waf zijn aandacht naar zich toe te verplaatsen. Ze zit, staat of loopt de hele dag voor onze voeten… Die avond maken we een kleedje naast het bed en leggen Waffa daar neer. Uiteraard probeert ze een aantal keer op het bed te springen maar ik ben zelfs slapend scherp en gebied haar naar haar ‘Plaats!’ te gaan. Terwijl de Nachten verstrijken doet ze steeds minder pogingen, totdat ze de laatste keer in één beweging op en meteen weer van het bed ‘af!’ springt omdat ik dat woord er slaapdronken uit krijg, zo bewust is ze van de kleine kans van slagen van haar poging. Maar eerlijk is eerlijk; we zijn dol op haar en vinden het maar wat erg dat we op gegeven moment weer afscheid moeten nemen (maar goed, van wie of wat moet je dat niet?). 

Terwijl we onszelf geen ‘Ibiza-types’ vinden, kennen we hier behoorlijk wat mensen. We komen dan ook heel gemakkelijk op allerlei bijzondere plekken terecht, simpelweg omdat iedereen ons uitnodigt en dingen tipt. De eerste zaterdag bezoeken we Sant Jordi market, een soort IJhallen, maar dan op Ibiza. Nick scoort een geweldige kerstmuts en ik een paar topjes waarin ik me zou kunnen vertonen op een bohemienachtig terras, mochten we daar nog belanden. Op zondag gaan we naar Crystal Mountain; een paradijslijke plek bovenop een berg, die zoals de naam doet vermoeden zelf niet van Kristal is, maar waar wel allerlei Kristallen verzameld zijn. Het concept van deze plek en de mensen die het beheren is als volgt: ze importeren Kristallen uit o.a. India, verkopen die aan rijke mensen die Crystal Mountain bezoeken (de plek dient dan ook als etalage), en omdat ze daar genoeg geld mee verdienen, organiseren ze allerlei gratis events waar mensen op donatie-basis kunnen komen eten, zingen, dansen, chillen, netwerken, etc. We wonen een Vuurceremonie bij in de brandende Zon, worden vervolgens getrakteerd op een Hangpan-concert en vloeien zo de Sacred Sunday in met een overvloed aan hapjes, mensen en momenten. Ik geniet en vind het een mooi concept, maar tegelijkertijd is er iets wat niet volledig resoneert. Er hangt ook een bepaalde ‘Flair’ in de lucht die niet slecht bedoeld is, maar gewoon niet helemaal mij is. Een beetje té: te zoet, te pamperend, te flowy and floaty. De Happinez-flair zeg maar, net een beetje te veel mainstream naar mijn smaak. Hoe dan ook zeer dankbaar het te hebben meegemaakt.

Iemand trakteert ons spontaan op een verhaal. Het is een 75-jaar oude en zeer vitale man die door de mensen om hem heen wordt aangesproken met ‘Bamboo’. Hij komt oorspronkelijk uit Duitsland en is al sinds de jaren 60 woonachtig op Ibiza. Hij vertelt trots dat hij op 2 januari jarig is, dezelfde dag als z’n Moeder, die dit jaar 100 zou worden. Om haar te verassen gaat hij terug naar Duitsland om samen met haar die Eeuw Leven te vieren. Ik voelde, naast ontroering, lichte jaloezie want ik had natuurlijk gewild dat mijn Oma ook 100 zou worden en dat ik haar dan ook zou kunnen verrassen door terug te komen uit een ander land… maar ik kon hem gelukkig ook oprecht feliciteren. Iets anders wat ik over hem te weten kwam is dat hij, toen Ibiza nog on-ontdekt was door het grote publiek, samen met andere hippies in de Bergen Vollemaansfeesten vierden. Met een achtergrond als fotograaf en oog voor beeld, ergerde hij zich verschrikkelijk aan de opengeknipte plastic flessen waar kaarsjes in brandden ter sfeerbevordering. Tot hij LSD nam en zichzelf hardop tegen zichzelf hoorde zeggen: ‘The one that does not like how it is, should change it.’ Om zijn eigen uitspraak waar te maken ging hij terug naar Duitsland om daar een beamer op te halen. Het eerstvolgende feest brandden er geen kaarsjes in opengeknipte flessen, maar werd het publiek voorzien van een VJ-show, waar hij vervolgens bekend om ging staan en al zijn leven lang rond komt omdat niet alleen de hippies maar ook de grote club-bezoekers van die toffe lichtshows wilden met het uitgaan. ‘The one that does not like it, should change it…’, daar naar handelen en er dubbel op profijt van hebben, niet verkeerd! 

Voor Nicky’s verjaardag slapen we in een geheime grot bij Xallaraca , met een halfvolle Maan naar binnen schijnend, een Vuurtje brandend, de Zee nog nooit zo dichtbij… Het is romantisch en knus en avontuurlijk en bijzonder. Ik slaap licht; het geluid van de golven op de rotsen is zo hard dat ik toch alert blijf om te voorkomen dat we met een plotselinge zeespiegelstijging te maken krijgen en onze slaapplaats onder water loopt… Maar het gaat goed en de volgende ochtend worden we wakker als een moderne WildeMan&Vrouw. We lopen de grot uit onder het genot van de ruisende Zee, de Zon trakteert ons op warme stralen, Waffa is ondanks haar aversie van het dichtbije Water, niet ontsnapt, we kussen elkaar goedemorgen, het Leven is simpel en goed.

Vervolgens moeten we ons haasten om op tijd op het Land van Roos te zijn, waar we zijn uitgenodigd om Oud&Nieuw te komen vieren met een kleine Tribe. Als we daar aankomen blijken we echter een van de eerste te zijn, de rest druppelt gedurende de dag heel rustig binnen. Ik baal een beetje want ik had graag nog een paar uurtjes voor mezelf gehad, maar geef me over aan de situatie. We lunchen met elkaar en doen daarna een fijne check-in om te horen waar iedereen staat, we maken Vuur en muziek, dansen op foute nummers en wijden ‘Sana’ in, de door Nauj vers gebouwde sauna (voorheen paardentrailer). Wat een zalige ervaring om ‘s nachts onder een tuinsproeier af te koelen terwijl enkele Sterren naar beneden (lijken te) vallen… 

Een andere dag proberen we naar de Vuurtoren te wandelen bij Portinax, maar het is én best wel mistig én de beboste kronkelpaadjes geven weinig overzicht, dus op gegeven moment houden we het voor gezien en dat is maar goed ook want er hangt precies rond de Berg waar we wandelen een enorme dikke koude Wolk.  

We lunchen samen met wat vrienden bij Juntos, waar ze zelf geoogst en vers bereide biologische gerechten serveren. We smikkelen van alles wat en het voelt heel luxe om daar te zitten. Ibiza is vermoedelijk een van de duurdere delen van onze reis, zeggen Nick en ik tegen elkaar, en we genieten er van. We noemen het ‘vakantie’, en deze vakantie is voor Nick na al het bouwen en voor mij met al het rouwen, meer dan welkom.

Om onszelf wat dieper te helpen zakken in ons gevoel, en voor mij om zowel fysiek als emotioneel te resetten, plannen we een Grootmoeder Ceremonie in bij Sister Azuni met de Volle Maan. Voor het eerst in ons leven krijgen we een privé-ceremonie met dit krachtige Medicijn. We zitten samen in de grote Tipi, Nikcy en ik beiden aan een zijde van het Vuur. Azuni geeft een prachtige Sound Journey met allerlei verschillende instrumenten, stem en gebeden. Het is een helende en verhelderende Reis en ik voel me na afloop eindelijk weer helemaal mezelf. 

De volgende dag ga ik met Waffa naar het strandje vlakbij onze Casita, waar ik een heerlijk frisse duik neem en een tijdje met de Golven dans, terwijl Nick lekker een boekje leest in het Zonnetje op ‘’ons’’ erf. 

Een paar dagen later neemt Azuni ons mee op stap naar het Zuiden, om een route te lopen die hier bekend staat als ‘Atlantis Walk’. Het is een grijze dag met stevige Wind. Voor sommige eilanders ‘te slecht om naar buiten te gaan’, maar voor onze begrippen de perfecte omstandigheden voor een tocht. We zigzaggen door de bosjes langs Rotswanden en doen alle drie een Wens in een klein Labyrinth van keien, waar ik het vervolgens bijna voor elkaar krijg te verdwalen. Vervolgens banen we ons een weg naar beneden, richting de Zee. Hoe dichter we Haar naderen, hoe luider de Brul van de Branding klinkt. De begroeing wordt steeds minder, tot we op een zandhelling staan. Schuin onder ons ligt een magistrale Rotspartij als een kleine landtong in het Water. Natuurlijk gevormd in de basis, met her en der behoorlijke brokken uitgehouwen, door we weten niet wie of hoe of wanneer. Normaliter kun je via het zand naar het puntje lopen, vertelt Azuni, maar door de weersomstandigheden staat het Water hoger en is het, zacht gezegd, riskant zo met die Golven. Een fotograaf met lange benen vindt zijn weg wel een plateau verder dan wij, maar met het gevolg dat hij een flinke plens Zout over zich heen krijgt en zijn camera nog net kan redden. Wij klauteren naar allerlei andere prachtige rotsblokken die uitzicht geven op het geheel. We spenderen uren op deze plek, waar de Zee zich met waanzinnige wildheid in verschillende fases tegen de rotsen slaat; een aantal lage golven, dan een paar wat hogere, en dan een paar extreem hoge volgen elkaar op. Wanneer een Golf op een Rots te pletter slaat, druipt het door de Stroming omgewoelde Water direct in witte stralen terug de Zee in, waar de Druppels worden opgenomen in de volgende Golf die zich alweer met volle kracht omhoog werpt over de Rotsen. Wit, turquoise, groen, licht – en donkerblauw van het Water in combinatie met het geel, oranje, grijs, bruin, rood en roze van de rotsen, het is een fenomenaal kleurenspel… en wat een kracht! Na lang zitten sta ik rechtop, met mijn handpalmen gericht naar deze Krachtbron, ik voel de trekkende en duwende Stroming en ontvang de zoute spatten van de Zee dankbaar op mijn gezicht.

De terugtocht vind ik pittig; ik voel me slap, alsof ik zelf urenlang omhoog en omlaag heb geklotst, zoveel energie verbruikt heb als de Zee. Maar misschien heb ik ook gewoon trek, we hebben al een tijd niets gegeten. Het uitzicht op magisch mini-eiland Es Vedra, dat voor de Zuidkust van Ibiza ligt, doet me mijn lichamelijke ongemakken vergeten. De Zon is aan het ondergaan, de lucht gloeit als een kooltje, er stijgen kleine wolken op en zo lijkt Es Vedra net een Vulkaan. Helaas blijven we net niet lang genoeg om de hele lucht roze te zien kleuren, want we hebben nog een avondprogramma! In de auto werken we een salade weg terwijl we navigeren naar… onze eerste Ecstatic Dance (joepie!). We komen precies op tijd aan in een sfeervolle ruimte, worden liefdevol ontvangen en de dj die draait blijkt goed. We dansen met onszelf, elkaar, inmiddels bekenden en wildvreemden. Daarna worden er mantra’s gezongen en is er soep. We gaan moe maar opgeladen naar de Casita, waar Waffie ons gezellig opwacht. 

Een andere dag trakteren we onszelf op een late lunch bij Anita, de oudste bar van Ibiza. We hebben een tafeltje aan de straat, met de laatste stralen Zon. Binnen in de bar is een enorme wand met postvakken; pas later komen we erachter dat deze postvakken daadwerkelijk in gebruik zijn. Sterker nog: er wordt op het eiland nergens post bezorgd, behalve daar! De wachtlijst om een postvak in Bar Anita te krijgen is eindeloos. We dachten dat die postvakken er voor de sier waren, een aandenken aan vroeger, maar zo waar in deze Moderne Tijd in dit Luxe Bestaan op Drukbezocht Ibiza, bestaan er nog Onverwachte Pareltjes van Toen! De eigenaren van de Bar zouden natuurlijk ook gek zijn als ze het systeem af zouden schaffen, want wie komt de post ophalen zonder ook meteen een lekker bakkie dit of een lekker hapje dat te bestellen? Het is er immers ook zo gezellig… Moet je die poes zien die naast je zit te bedelen met z’n groene ogen en zachte pootjes… en de mannen die er duidelijk kinderen aan huis zijn, slurpend van hun koffie met cognac en lurkend aan hun tabak, terwijl ze het hele terras voorzien van commentaar en contact. Ik haat het als mensen naast me roken, maar in dit geval kan ik het goed hebben. Deze mannen zaten er immers vast al voordat ik geboren was. Blij dat we hier hebben gegeten en gezeten! 

Ook belanden we bij Can Zol, een permacultuur-instelling waar de boeren ons een vers geplukt pakket overhandigen met prachtige kroppen sla, bijzondere kruiden, prachtige shiitakes en een overdaad aan andere zaligheden. Zonder afval, met liefde gezaaid en geoogst, verser dan vers. We eten en delen deze dagen dus heel veel groente-gerechten. Smullen!

Als de familie terugkomt haalt Nick hen weer op. Samen bereiden we een curry voor die we ’s avonds met z’n allen eten. Ze zijn verrast dat we ‘nu al’ doorreizen. Willen we niet nog wat langer in de Casita blijven? We zijn gevleid door dit lieve en comfortabele aanbod, maar geven gehoor aan de Roep van de Wildernis om weer op Avontuur te gaan en in onze Jimba te slapen. 

De volgende dag besteden we aan inpakken, opruimen en schoonmaken. We zeggen de Casita, de fam en de diertjes gedag en zijn weer volledig op vrije voet. We parkeren op een klif in het baaitje bij Pou des Lléo, knabbelen wat, en dan valt het Donker. Een dronken Colombiaan probeert ons drugs te verkopen, maar hij druipt af omdat wij stug doorgaan met het bakken van popcorn en glimlachend naar de Zee knikken terwijl we met handen en voeten de schoonheid van de omgeving prijzen.  

We kamperen een aantal nachten samen met Tammi en Nauj en koken lekker luxe bij hen in de bus. Als we ’s ochtends onze warrige hoofdjes uit de daktent steken, serveren zij ons een kopje Cacao alvorens we ‘pap’ kunnen zeggen. Dankbaar drinken we van het verwarmende Elixer terwijl Vader Zon zachtjes de baai in glijdt. 

Om ons ritme weer wat te vervroegen, zetten we momenteel wekkers. Soms snoozen we een gaatje in de dag, maar soms klimmen we inderdaad met Dag en Dauw ons nest uit. Bijvoorbeeld als we gaan hiken. We zetten een Chai Deluxe (= Chai thee met cacao), gooien wat spullen in een tas en lopen naar beneden. Wel of geen Zon op ons maakt een Wereld van verschil, en we zijn deze morgen helaas aan de schaduwkant van de Berg aan de Wandel. Het uitzicht is echter magnifiek: rotswanden met de meest uiteenlopende vormen, uitgehouwen door Weer en Wind. Na even te hebben geprobeerd stil te zitten op een kleedje (brrr), zien we dat de punt van een Rots rechts van ons, het eerste beetje Zon vangt. We klimmen omhoog naar deze Rots, wat bijzonder makkelijk gaat, helemaal naar de top. Bovenaan doen we heel voorzichtig, want vanaf waar we eerder zaten, zagen we dat deze Rots aan de andere zijde stijl naar beneden gaat. Spiekend over de rand duizelt het ons een beetje. We klimmen aan dezelfde (veilige) kant weer een stukje naar beneden en nemen daar plaats in het Zalige Zonnetje. Ik trek al m’n kleren uit en mediteer een tijdje, waarbij de tranen vrijelijk over mij gezicht lopen. In het midden van een Mandala die voor mijn Geestesoog is verschenen, zie ik Oma, en ik voel grote Dankbaarheid. Voor het leven, de liefde, alle giften die ik mocht en mag ontvangen. Hier zittende vallen mijn tranen rechtstreeks in de schoot van Moeder Aarde, en dat ontroert me. Bij Nick in z’n armen wegkruipen is heerlijk en troostrijk, maar hier en nu voel ik me gedragen door de Oermoeder, Pachamama, Madre Tierra. Ik besef dat het aan mij is om de boodschap van Liefde & Magie, die Oma mij gaf, door te geven, en dat voelt als iets groots, maar ook als iets wat ik al doe. Jep, ik bewandel Het Pad, zoals het voor mij bedoeld is, en mijn tranen van dankbaarheid bezegelen dat. 

Ik zou hier dan ook nog wel uren kunnen zitten maar Nicky de Berggeit heeft zin om door te gaan, dus ik kus het rotsbrok waarop ik zat gedag. Met mijn gezicht vlakbij ontdek ik dat de steen vol zit met kwarts kristallen. ‘Wauw!’, roep ik uit, ‘daarom voelde deze plek misschien zo krachtig. Met m’n blote bibs boven op een kristal!’  

Onderweg naar de auto rapen we afval. Als je bij deze bezigheid niet denkt aan de sullige mensen die het afval achteloos achterlieten, maar aan de blijdschap van Moeder Aarde als er weer een plastic flesje uit haar prachtige vacht wordt geplukt, waarbij je je voorstelt dat ze glimlacht, glundert of giechelt van genot op het moment dat je zo’n flesje opraapt, dan voelt deze bezigheid oprecht als plezierig en constructief! 

We bezoeken het stuk land waar Nauj zich over ontfermd. Het is een prachtige lap groen met een Bron. De eigenaar van het stuk grond is niet in staat het alleen te onderhouden, en dus mag Nauj er in zijn oude Mercedes-bus wonen en aan zijn projecten timmeren, in ruil voor het beheer van het land. Nauj weet ontzettend veel en hij beheert het land met Liefde en Geduld. Een van de missies is om het Water uit de Bron door het land te laten stromen; hier is al een infrastructuur voor, maar toen hij er kwam was het zo vervallen en overgroeid door bramen, dat het Water er niet door kon. Stukje bij beetje begeleidt hij de bramen en bamboe om andere kanten op te groeien, hij vist pulp uit de delen die verstopt zijn en spreekt de Natuur liefdevol toe. Terwijl Nauj ons rond gidst, springen buurjongen Claus en bijbehorende pup Charlie dolenthousiast om ons heen. We gaan naar Nauj z’n favoriete sinaasappelboom, waar we de vruchten vers van de takken halen. Na zelf een rondje plukken op Nick z’n schouders te hebben gezeten, zeg ik tegen Nick dat Claus vast ook wel de hoogte in wilt. Nicky gebaart Claus dat hij ook op mag stappen en dit aanbod maakt de jonge Claus zo blij dat hij zijn volle gewicht in één keer bovenop Nick werpt waardoor Nick bijna omkiepert. ‘Hoooo’ klinkt Nick en ik kan de ‘jongens-toren’ nog net op tijd terugtrekken uit het struikgewas. Als de toren weer in balans is begint Claus ijverig aan de taak. Hij trekt echter zó hard aan de sinaasappels en schudt de takken zo woest heen en weer, dat Nick zijn best moet doen om zijn evenwicht niet (weer) te verliezen. Ik probeer Nauj duidelijk te maken dat hij Claus duidelijk moet maken alleen de rijpe vruchten te pakken en te draaien in plaats van te trekken zodat ze zonder al te veel geweld loskomen, maar ondertussen krijgen we allemaal de slappe lach en dat moedigt Claus alleen maar aan om door te gaan met zijn ‘’act’’. ‘Goed idee, Lei’, puft Nick tegen mij, wanneer de Heer Claus uiteindelijk is afgestegen. We vegen takjes en bladeren uit elkaars haar die door de Storm van Claus naar beneden kwamen zeilen, pellen verse sinaasappels tot we verzadigd zijn en vervolgen onze tocht met het hele gezelschap. 

Nick biedt Roos van Het Land van Roos aan om haar te helpen wat te klussen aan haar bus. We verblijven een paar dagen op Het Land van Roos, waar Santo gezellig om ons heen hangt, een reusachtige hond met een reusachtige neus, met de opmerkelijke eigenschap om altijd pal voor de auto te gaan staan.

De eerste bloesems zijn aan de Amandelboom op het Land verschijnen. Het aangezicht doet me denken aan Orgiva, in Zuid-Spanje, waar ik in 2021 was. De Bergen stonden daar vol met Amandelbomen, maar omdat het nog niet geregend had stonden ze niet in bloei. De laatste dagen dat ik daar was regende het pijpestelen, en ik vertrok dan ook in de wetenschap dat die Amandelbomen zeer spoedig allemaal in bloei zouden staan. Ik had dat graag meegemaakt, maar misschien gebeurt dat op deze reis dus nog wel, mijmer ik, kijkend naar de paar Amandelbloesems voor me op het Land. 

Ik zoek de Zon hogerop op om nog wat te schrijven, in de buurt van een gezellige Den. Nicky komt niet veel later aanlopen met zijn gitaarkoffer om wat te spelen. De gitaarkoffer blijft dicht en mijn laptop op sluimerstand. We vrijen tussen de klavers; een aangenaam Trio met de Zon. Dan steekt de Wind op en die maakt het minder aangenaam met weinig kleren aan. Gelukkig hebben we wollen sjaals in overvloed, en als Nick terug naar het huis gaat, schrijf ik nog een klein tijdje met zo’n heerlijke deken om me heen geslagen. 

De Wind wordt Storm en de klus aan de bus duurt uiteraard langer dan Nick van te voren dacht. Ik wacht op mijn menstruatie en heb totaal geen zin om me tot Jan en Alleman te verhouden, wat helaas wel het geval is want er zijn meerdere mensen op het Land van Roos en de Wind is zo hard dat het buiten niet goed vertoeven is. Wat wegwerken op de computer gaat helaas ook niet op, want door de Storm heeft de antenne nauwelijks bereik. Het voordeel is echter wel dat we kunnen schuilen in een tuinkamer, waar we midden in de nacht naartoe verhuizen omdat we vrezen dat onze fantastische daktent deze windstoten mogelijk niet aan kan. We slapen goed in de tuinkamer maar het zijn een paar uitdagende nachten en dagen. Het liefst praat ik met niemand behalve met mezelf en Nick, maar dat is niet mogelijk op een plek waar je een wc, douche en keuken met andere mensen deelt. Iedereen is lief en bedoelt het goed, maar aaaaaah ik wil alleen zijn! Gelukkig neemt de Wind wat af als de klus is geklaard en vervolgen we ons Avontuur weer met z’n tweetjes. 

We parkeren vlak bij de Zee voor een momenteel gesloten strandtent in het Noorden, naast Gloria, de bus van Tamara die de orkaan Gloria overleefden. Aan deze kant van het Eiland is het gelukkig rustig, we zijn de Wind namelijk echt even zat! We liggen in de Jimba met de voorkant open, zodat we uitkijken op de Sterrenhemel en op het Onweer dat in de Verte flitst. Het geluid van de Golven is rustgevend en overweldigend tegelijk. Nicky bakt een zalige lading popcorn, die we smullend soldaat maken terwijl de Live Cinema aan de Horizon verder flitst.  

Zo spenderen we twee nachten aan Cala Nova met onze fijne vrienden. De laatste avond spelen we spelletjes in Sana, de sauna van Nauj die, wanneer niet hoog opgestookt, dient als extra huiskamer, waarna we in Gloria groenten uit de groentepakketten bij elkaar in de pan gooien en opwokken tot wat lekkers. ’s Ochtends plonsen in de frisse Zee, nog even kijken bij het landje van Myra (nog een Nederlander), die een waanzinnige hoeveelheid werk heeft verricht samen met haar zoon. Iedereen die we ontmoet hebben huurt op Ibiza, kopen is onbetaalbaar. Toch zijn er veel mensen die grootschalig investeren in het stuk land dat ze huren; ze leggen tuinen aan, bouwen extra huisjes om te verhuren… en dat allemaal terwijl het onzeker is of en hoelang ze daadwerkelijk kunnen blijven. Anderzijds zijn de landeigenaren natuurlijk blij als ze iemand op het land hebben zitten die er zorg voor draagt en het mooier maakt, dus ja… Hoe dan ook tof om zo veel persoonlijke rondleidingen over stukken grond te hebben gekregen, we hebben van alles geleerd, gevoeld en ondervonden. 

En nu… is het de hoogste tijd voor Het Volgende Hoofdstuk, en wel op het vasteland, want we gaan verder richting het Zuiden van Spanje. Adios Ibiza, ik bedoel Ibiessssa, dank je wel, tot ooit of nooit meer ziens! 

Road-Trip deel 1

Het is half december 2022. Het zoemen van de Catalaanse Bij en Nicky’s op rijstwafel knagende kaken zijn vrijwel de enige geluiden die ik hoor, op het typen van mijn eigen vingers na en hier en daar een in de verte dichtslaande autodeur. 

Drie nachten en twee dagen schuilden we voor de zware, zwangere wolken in een off-grid cabin via AirBnB. Tevens leed ik aan extreme jeuk en daarmee gepaard gaande pijn; een onbekende, allergische reactie. Misschien de giftige Gele Knolanamiet die ik, mij bewust van de soort (absoluut niet eetbaar!), alleen even met twee vingers heb vastgehouden om te fotograferen voor het archief, waarna ik mijn handen vlug heb ontsmet. Echter, misschien was er toch al een stof mijn lichaam binnen getreden… Of iets opgelopen op het frisse strandje in Orio, een enthousiaste exotische strandvlo bijvoorbeeld (die ik dan overigens absoluut niet heb zien springen)? Of toch ‘’gewoon’’ het verdriet om mijn overleden Oma en de afwezigheid van mijn Vader bij het afscheid; was de weg via mijn ogen in de vorm van tranen niet genoeg voor de grootsheid ervan, en vond mijn lichaam via vurig rode plekken en opgezette bulten een alternatieve uitlaatklep?

Hoe dan ook, ik dacht 30 uur lang dat ik het zou besterven. Ik probeerde door de jeuk en de pijn heen te ademen, terwijl Nick mijn lichaam liefdevol inzwachtelde met koude lappen in de hoop dat verkoeling het verschil zou kunnen maken. Tot ik uiteindelijk zo moe was van het onmogelijk in slaap kunnen komen, dat ik toch maar de anti-histamine pillen heb genomen die onze host me gaf. Het voelde een beetje als opgeven, want ik laat mijn lichaam graag zichzelf opschonen, maar er zijn grenzen aan wat ik kan en wil verdragen. De jeuk was een uur na inname als donderslag bij heldere hemel verdwenen; beter gezegd verscheen er dus een heldere hemel bij donderslag. Ik sliep als een blok. 

Na het ontwaken was ik nog lange tijd versuft door het medicijn. Blijkbaar heb ik een hogere dosering ingenomen dan door artsen wordt voorgeschreven, kwamen we de volgende dag achter toen we (eindelijk) een Engelssprekende apotheker ontmoetten. Ik voelde me emotioneel vlak en kon niet makkelijk uit mijn woorden komen. Pas toen Nicky en ik ons ’s avonds voor het palletkacheltje in de cabine op de grond genesteld hadden met een serieuze, zelf samengestelde tapasplank met allerlei heerlijkheden uit de streek, klaarde mijn hoofd wat op en begon ik weer het stromen van levensenergie in mijn lichaam waar te nemen. Maar wat gebeurt er dan met de jeuk/de allergische reactie, wanneer de symptomen door een medicijn worden onderdrukt en zomaar verdwijnen? Zet het zich niet elders in het lichaam vast? Zo ja, hoe dat alsnog los te laten, op een natuurlijke manier? Ik kan het niet laten om me af te vragen: hoe had ik me gevoeld, als ik er (nog verder) doorheen was gegaan zonder medicatie?

Enfin, nu zijn we dan eindelijk weer buiten, zonder te verkleumen of te hoeven schuilen. De mist en regen zijn weggetrokken, het zonnetje schijnt al de hele dag bescheiden maar getrouw. We zitten op een bankje bij een uitzichtplek waar het dus bijna helemaal stil is en doen eindelijk waar we al zo lang naar verlangen: dat wat spontaan in ons opkomt, in de aangename buitenlucht. Nicky pingelt op z’n gitaar en ik vind het tijd om het een en ander op te schrijven, want ook daar heb ik sinds we ongeveer een maand geleden zijn vertrokken, nog geen ruimte voor gevoeld. We waren al een maand vertraagd omdat Tiny toch nog meer technische aandacht nodig had dan we hoopten en hadden ingeschat (we wilden eigenlijk half oktober weg), en toen we eenmaal onderweg waren, ontving ik na een week het nieuws dat m’n geliefde Oma de Grote Verdwijntruc had uitgehaald en vertrokken is naar het Hemelrijk. Over haar en haar Verdwijntruc kan ik boeken vol schrijven, en dat zal ik waarschijnlijk ook nog wel doen. Het afscheid was prachtig, maar voelde ook als een Droom. Vanuit het serene Sneeuwlandschap van Andorra, met de auto ‘even’ op en neer naar Nederland om niet te hoeven vliegen, terwijl alle soorten emoties diep en intens door mijn wezen wentelden. Het was dan ook heel fijn dat Nicky al deze extra kilometers reed. 

Eenmaal in Alkmaar zat ik in het halfdonker bij het levenloze lichaam van de vrouw die bijna 92 jaar lang een moedig, uitdagend en inspirerend bestaan heeft geleid, de vrouw die ruim 60 jaar lang de Liefdevolle Moeder van mijn Liefdevolle Moeder is geweest, de vrouw die bijna 30 jaar lang mijn fantastische Oma was, door dik en dun, in dag en nacht, in blijdschap en verdriet er altijd voor me is geweest… En hoe logisch ook de levensloop van ieder levend wezen is; te weten dat we allemaal ooit sterven zullen, en hoe mooi ook het gegeven dat mijn Oma op deze manier mag gaan, zonder ziekte, zonder lijden, veilig en warm in haar eigen huis en geliefd door zo velen… Toch voelt het als het meest onnatuurlijke verlies wat ik ooit heb meegemaakt. Het is zo logisch en toch absurd onvoorstelbaar.

De volgende dag droegen wij, de kleinkinderen, Oma’s lichte doch door de Dood zwaar geworden lichaam in de speciaal voor haar met wilgentakken gevlochten mand. Haar Drie Dochters, te weten mijn Moeder en mijn Twee Tantes, dekten haar toe met een prachtige, zachte katoenen waden, waarbij we gezamenlijk besloten haar gezicht onbedekt te laten voor het afscheid dat naaste vrienden en familieleden die avond nog zouden komen nemen. Janita, Shèraga en ik liepen een rondje door de buurt, waar we Late Herfstbladeren verzamelden en hier en daar een stukje van een mooie struik van iemands oprit knipte. Terug in Oma’s Grote Geliefde tuin plukten we daar het laatste, nog niet verdorde bloemetje. We versierden haar met al onze vondsten zoals ze dat zelf geweldig zou vinden. In gedachten hoorde ik haar lachen en zag ik haar goedkeurend knikken. Ondertussen lag haar tere lichaam stil in de Witte Waden. Haar schattige neus was scheefgezakt omdat er geen bloed meer doorheen stroomde, haar lippen waren reeds zwart geworden en haar jukbeenderen enigszins ingevallen, maar ondanks dat alles lag ze er bij als een Elfenkoningin.

Toen de heerlijke geur van het verse brood en de soep van Odyl uit de keuken kwam, stelde ik voor om de Haard aan te maken. Dat deden we vaker als we samen bij Oma waren en het was immers, naast intens verdrietig, ook echt gezellig om bij elkaar te zijn. Daar hoorde toch Vuur bij? Mijn plan werd door de rest echter afgeslagen, en het gestage gebrom van het koelelement onder Oma bevestigde dat dit inderdaad niet mijn beste idee ooit was. Wel zorgde het voor een klein lachsalvo. 

En toen ineens begon het bezoek binnen te lopen. Het Huis ademde warmte, genegenheid, respect en verbinding. Hier, en ook op de toast op Oma’s Leven de middag na de crematie, kwamen mensen uit alle Windstreken, jong en oud, van vroeger en van later, om hun Liefde voor Puck met ons te delen. Ik kan er nog eindeloos over doorschrijven maar aangezien ik ook graag verslag wil doen van de verdere Reis die Nick en ik weer oppakken, sluit ik voor nu af met een weetje over mijn Oma. Haar officiële meisjesnaam was Willemijntje maar toen Willemijntje een vrouw geworden was, had ze de koosnaam die mijn Opa haar gaf, aangenomen als eigen. Puck dus, kort en krachtig. Ze leefde lang en prachtig. Voorbij Ruimte en Tijd heb ik haar lief.

Rond het weekend scheurde ik me los van mijn familie. Niet energetisch maar wel praktisch-fysiek; alhoewel ik nog wel weken samen kon rouwen, waren Nicky en ik ons blijvend bewust van het feit dat de Decemberkou ook optrok naar het meer Zuidelijk gelegen deel van Europa, en dat we dus niet te lang moesten blijven hangen als we ons buiten-leef-avontuur serieus wilden voortzetten. En dat wilden we. Losrukken dus. De tweede tocht richting het Zuiden was dan ook bar en uitdagend. We regenden nat, onze vingers vroren er bijna af en de Grijze Hemel hielp niet per se bij het verwerven van een vrolijke gemoedstoestand.

Gelukkig mochten we landen in een gespreid bedje in Le Vieux Chateau, een zestiende eeuws kasteel waar we met open armen ontvangen werden door Fred en Fabienne, die we leerden kennen via Lucas, een gezamenlijke vriend. Uiteraard kreeg ik toen allerlei vreemde lichamelijke klachten, van buikpijn tot hoofdpijn tot een aanhoudende steek in mijn borst. Ik voelde me moe en leeg en vol tegelijk. Au, Rouw. We deden daarom rustig aan; aten en praatten met Fred en Fabienne, die zich op dat moment in een onvoorstelbare bizarre situatie bevonden in de Stichting die ze zelf hebben opgericht (een van de vrijwilligers had een coupe proberen te plegen…). We deelden wijn, kaas en verhalen, die over en weer door Fred vertaald werden omdat van het stel alleen hij Engels spreekt en wij matig Frans. Dit vertraagde de gesprekken natuurlijk, maar met de aanvulling van handen en voeten en blikken kwamen we samen een heel eind, zoals dat zo ontroerend kneuterig gebeurt als je in andere landen bent en niet allemaal dezelfde taal verstaat.

Nick en ik slenterde door het heuvelachtige landschap rondom het Chateau, vol met bruine, langharige koeien, waarbij ik me hardop afvroeg of een individuele koe, in het bijzonder die specifieke koe die ons aankeek terwijl we stilhielden bij het hek, of die individuele koe weet dat zij als soort door ons mensen gegeten wordt? Over de velden vlogen enorme roofvogels en het geblaf van waakse honden klonk nog lang door nadat we hun bijbehorende erven waren gepasseerd. Bij een klein meer spotte ik de vierde ijsvogel op deze reis, en we vonden meerdere paddenstoelen waarvan we vermoedden dat er vele eetbare tussen zaten maar waarvoor we te moe waren om ze te determineren. 

Lise, de dochter van Fabienne, nam ons op een avond mee naar de Tournerie; een collectief van boeren, kaas – en biermakers gevestigd in een klein, oud-Frans, charmant pand waar we door hen verbouwde, geoogste en gemaakte biologische producten konden inslaan. Jong en oud zat er samen voor de openhaard, onder het genot van gezellig gekeuvel en de liedjes van het plaatselijke koor. Mijn lichaam had ontzettende behoefte aan gevulde groentesoep, maar het enige op dat moment voor handen zijnde eten dat klaar was om genuttigd te worden, was kaas en vers brood en aangezien iedereen daar samen kaas en brood at en ik dat er knus en Frans uit vond zien, tastte ik ook toe. Gelukkig waren de producten inderdaad van extreem goeie kwaliteit, en we gaven dan ook een fortuin uit om onze koelbox (die overigens tot op heden nog nooit aan heeft hoeven gestaan gezien de buitentemperaturen…), te vullen. 

De dag erop brachten we een bezoek aan het plaatselijke museum in de buurt van het Chateau. Daar troffen we een verrassend grote, verscheiden collectie aan, met zeer veel aandacht ingericht in de tot museum gerenoveerde pastorie. Lise, die hier werkt, gaf ons een context-scheppende inleiding waar geen audiotour tegenop kan. 
Onderweg terug naar het Chateau wierpen we een blik in een ‘Garage’ waar iemand zijn oude meuk probeerde te verkopen. Beiden zijn we dol op tweedehands spullen, maar wat hier stond was uit de categorie ‘te oud en te vies om aan te raken’, dus vervolgden we ons pad. In het Chateau sliepen we ook de derde nacht diep en meditatief en zo haalden we al met al behoorlijk wat uurtjes slaap in. 

De volgende morgen plaatsten we onze daktent, die ruim een week in de schuur van het Chateau had gelegen, weer terug op de rails van de Scarabee. Het gras was sneeuwwit van de vorst en onze vingers ijskoud, ondanks de handschoenen die we droegen. Nog niet wetend waarheen precies, maar wetend dat het tijd was om verder te gaan… Dat is het leuke en soms ook lastige aan reizen; dat je nog niet weet waar je de volgende nacht door zal brengen. Heel avontuurlijk, alleen als je je niet lekker of sterk voelt, soms ook wel een reden tot lichte zorg. Gelukkig hebben we elkaar en een heel warm bed, en zijn we ook nog niet te oud om kou en discomfort niet door te komen. Maar nu we in Tarragona zijn en het weer er voorlopig zonnig(er) uit schijnt te zien, ben ik opgelucht.

We bewandelen een trap die ons over de rotsen leidt langs een magische rivier. Ik spot de vijfde IJsvogel, vlakbij ons! Hij of zij kijkt ons van schuin opzij aan, waarbij de tak onder het gewicht behoorlijk doorbuigt, alvorens weg te vliegen en we de waanzinnig blauwe kleur zien schitteren op de kleine, vlugge vleugels. Als de Zon onder is verschijnen de Maan en de Sterren. Het is een prachtige, heldere avond. We warmen een pannetje Dahl op dat we eerder al maakten. We eten samen uit het pannetje en doen de minuscule afwas dankbaar in de kabbelende Rivier.

We staan geparkeerd onder een grote Boom langs het Water. Er is geen mens te bekennen, het zal wel een zalige, rustige Nacht worden. Nick is al diep in slaap en ik lig te dutten op het moment dat we het geluid van een auto horen en twee tellen later waanzinnige koplampen dwars door onze daktent zien schijnen. We schelden beiden zelden, maar in dit geval komt er bij de een ‘Fuck’ en bij de ander ‘Shit’ uit, want we zijn er bij. Toch? We houden onze adem in, ik hoor Nicky’s hart tekeergaan. Ik koester de vage hoop dat onze set-up misschen wel niet gezien wordt, aangezien we misschien net genoeg in de schaduw van de Boom staan? We luisteren, er klinken stemmen. Gezwaai met zaklampen, Spaans gepraat. Het zijn geen politie of boswachter achtige types… maar wie dan wel? Nu is de beurt aan mijn hart om mijn keel in te schieten. Zou het de maffia kunnen zijn, die hier, gebruikmakend van het donker, een deal komt doen? Zo ja… Zijn wij hier dan heel per ongeluk heel erg op het verkeerde moment? Met uiterste behoedzaamheid ritsen we een klein stukje van de tent open, net genoeg om er allebei met een oog doorheen te kunnen zien. Deze tactiek hadden we eerder in Frankrijk ook al eens toegepast in de hoop het Wilde Zwijn waar te nemen dat rond ons kampement wroette, met als gevolg dat het dier er vandoor stoof, wat we niet zagen want het was donker. En deze keer?

Twee mensen van ongeveer onze leeftijd, sjorren een zak uit hun achterbak. Ze wijzen naar een plek pal achter onze auto, waar wij bovenop in de daktent liggen. Ze verplaatsen de zak, kwakken ‘m neer terwijl ze luid discussiëren, en beginnen… met… het opzetten van een tent?! Onze monden vallen open. ‘Dat meen je niet…’ We zijn opgelucht en stomverbaasd. Zijn deze twee mensen nou serieus van mening dat, van alle plekken die in dit reusachtige gebied beschikbaar zijn, uitgerekend deze plek, pal achter ons, de ultieme plek is om hun tent op te zetten?! We grinniken en gniffelen. Maar ik voel ook irritatie; als ze dan zo nodig hier willen staan, prima, maar kunnen ze dan niet een beetje zachter praten? We besluiten even casual contact te gaan maken, ook om te voorkomen dat zij zich op hun beurt vannacht kapot schrikken als een van ons (ik) gaat plassen, want stel je voor dat ze ons inderdaad gewoon echt nog niet hebben opgemerkt? Vrij onwaarschijnlijk, maar je weet het maar nooit. Het stel lijkt niet warm of koud te worden van ons en zit niet echt te wachten op contact met andere mensen, wat wij best bijzonder vinden aangezien ze er zelf voor kiezen om zo ongeveer tegen ons aan te komen kamperen.  

De volgende dag zien we ze de Zon weg-blowen op een plekje aan de Rivier dat wij eigenlijk hadden uitgekozen om onze middag te spenderen, maar we voelen er niet veel voor om hun Zwaan-Kleef-aan-tactiek van afgelopen nacht na te doen, dus wandelen door de omgeving totdat ze weg gestuurd worden door een Spanjaard wanneer die hun tent om vier uur s’middags nog steeds behoorlijk opzichtig langs de Rivier ziet staan. We zien onze kans schoon, kapen het door hun verlaten plekje en vangen daar nog net de laatste zonnestralen terwijl we onze voeten baden in de ‘Hot Spring’ die niet super hot is maar wel aangenaam. We proberen onze knorrende magen te vullen met hele lekkere maar ook iets te luchtige rijstwafels en groentespread. Een uur later rijdt een politieauto langs; we besluiten dat deze mooie plaats door het Spaanse stel helaas nu iets te veel ogen op zich gericht heeft, en zoeken een andere spot voor de nacht. We belanden op een veldje met oude Olijfbomen, het is er prachtig en rustig en we slapen als Rozen. 

We trekken een kleine week door Tarragona, waar het uitgesproken stil is. Bij Sant-Roc, een oud kapelletje tussen sierlijke, hoge Cypressen, zien we aan de honderden picknicktafels en parkeerplaatsen dat het er zomers waarschijnlijk afgeladen is, maar nu hebben we het hele plein voor onszelf. We koken, keuvelen, slenteren, ik huil wat af en ben dankbaar dat ik dat kan doen zonder met iets of iemand rekening te hoeven houden.

Tussen de brede Bergen en hoge Bomen zijn Zon en uitzicht schaars, en ook al is het landschap verpletterend prachtig, ineens verlang ik naar de Weidsheid van de Kust. Gelukkig hebben we de luxe van eigen vervoer, en niet veel later bewegen we ons dan ook richting het Oosten, naar de Middellandse Zee. Ook dit gebied hebben we vrijwel helemaal voor onszelf en ik geniet immens van de kleuren van de Rotsen, het geluid van de Golven, de geur van Zilt vermengd met verse Rozemarijn en Tijm, en ik snuif alles in me op alsof ik opnieuw word geboren. We rapen afval uit de Branding, koken onder de Sterren en slapen op een speciaal daarvoor afgebakend Camper-veld.

Ondertussen heb ik ook een Plan gekregen. We fantaseren er namelijk samen al weken over om weer lekker te dansen. De feestdagen naderen en ik voel dat ik het fijn zou vinden om een Tribe om ons heen te hebben, nu ik zelf niet bij mijn eigen Familie ben en het de eerste Kerst wordt zonder Oma. We zitten niet ver van Valencia… en vanaf Valencia kunnen we de auto op de boot zetten… naar… een eiland waar we toevallig behoorlijk wat mensen kennen, aangezien het erg populair is onder o.a. Nederlanders… namelijk… het eiland Ibiza! Nick en ik moeten allebei lachen om dit voorstel, omdat het een van de laatse plaatsen op Aarde is waar we onszelf ooit naar toe zouden zien gaan (te hip, te druk, te commercieel)… maar nu is het Winter, en als het op Ibiza net als in de rest van Spanje nu zo veel rustiger is dan in het hoogseizoen… nou… dan zou het er misschien best fijn vertoeven kunnen zijn. We gooien wat lijntjes uit en ja hoor, het Geluk is met ons: de naar Ibiza geëmigreerde Su-An, de zus van Carlo die wij weer kennen van Ruigoord, gaat de feestdagen in Nederland doorbrengen en zoekt toevallig een oppas voor de hond en de kat. In ruil daarvoor mogen we in een Casita verblijven en genieten van hun heerlijke tuin… 

We boeken een boot en bereiden ons voor op onze volgende, onverwachte bestemming. Met een auto vol boodschappen van het vasteland, rijden we ’s avonds laat de Golden Bridge op: een reusachtig schip met vier keer zo veel personeel aan boord als passagiers. En dan hoop je een duurzame keuze te maken door met zo’n schip te gaan… Gelukkig hebben we geen extra geld betaald voor een privé cabine, want er is zo veel ruimte op het schip dat we er allebei minstens duizend keer op zouden passen, en dan nog steeds arm – en beenruimte zouden overhouden. Helaas staan er wel overal vreselijk felle lichten en tv’s aan (waarom, in Godsnaam?), en het trillen van de motor van het gevaarte draagt ook niet echt bij aan een staat van ontspanning… Na me een paar uur te irriteren aan dit alles, besluit ik dat ik het hef in eigen hand moet nemen. Ik sleep stoelen naar een hoek, bouw daarmee een soort fort, en hang de wollen dekens die we hebben meegenomen uit de auto er op – en omheen om zoveel mogelijk TL-licht buiten te sluiten. Ik rol mijn yoga-mat uit op de grond, vraag Nick (die natuurlijk al wel kon slapen want dat kan hij altijd en overal) of hij ook in de hut wilt, wat hij wilt, en dus bouw ik de hut nog een beetje uit zodat het deel van de bank waarop hij ligt, er ook in zit. ‘Jij bouwt een Tiny huis, ik bouw een Hut! Samen komen we er,’ zeg ik opgewekt, en Nicky glimlacht. Een eigen cocon, meer heeft een mens niet nodig. Ik zet een zacht muziekje op om het geluid van het schip enigszins uit te balanceren, ik leg een sjaal over mijn hoofd en val zowaar voor een paar uur in slaap.

Enigszins brak van de gebroken nacht maar met een voldaan gevoel van pro-activiteit, komen we ’s ochtends vroeg aan op Ibiza. Het is nog donker, maar het eiland zal zich spoedig aan ons onthullen. Over die onthulling later meer…

Landjuweel 2022

Tijdens dit Landjuweel gaf ik op 11 augustus samen met vier medemakers een mystieke poëzie performance genaamd ‘Liederen voor de Heks’, in de magische Salon, te weten Job den Dulk, Carolijn Terwindt, Cedric Vermue en Thieu Smeets. Op vrijdag 12 augustus in de middag hoste ik een Kids Ecstatic; Prinses Leila & de Witte Draak.
Op zaterdag 13 augustus was de choreografie die ik samen met Nicky & Shèraga maakten bij de installatie van Hannah Goedhart te bewonderen, ‘Ennea’ genaamd, als onderdeel van de befaamde Beeldenroute. Het was een prachtig Landjuweel, dat belooft wat voor komend jubileumjaar!

Poster: Peter van Harmelen

***